“Ik dacht dat ik het boek Srebrenica dicht kon doen. Dat bleek een illusie. Het voelt alsof een deel van mij daar is gebleven. Voor 99 procent ben ik in Nederland. Die ene procent ligt nog altijd in Srebrenica. Vanaf mijn terugkomst in 1995 denk ik nog elke dag aan mijn missie. Ik denk aan het moment waarop ik vluchtelingen moest uitkiezen. Slechts een aantal konden wij veiligheid bieden in onze compound. Ik koos op sterkte. Kinderen, zwangere vrouwen en ouderen gingen voor. Vreselijk, de anderen moest ik afwijzen. Ik denk ook aan de vluchtelingen die ik op de bus heb begeleid. Ik had geen idee wat er daarna met hen zou gebeuren. Maar ik denk ook dagelijks aan de vriendschap met Samira. Zij bracht mij tijdens de missie vrolijkheid. Dutchbat III moest de zogenaamde veilige gebieden, enclaves voor moslims in Bosnië en Herzegovina, beveiligen. Van tevoren wist ik niets van de oorlog, de cultuur, de mensen en de gebruiken. Voor het Bataljon kwamen ze mensen tekort, dus werd ik vanuit Seedorf (Duitsland) opgeroepen om mee te gaan. Na een korte voorbereiding en een waarschuwing, voor gevaarlijke mijnen en dat wij niets moesten beginnen met de lokale bevolking, ging ik op missie.

“Na Dutchbat III was ik vastbesloten nooit meer terug te gaan.”

Als monteur heb ik weinig werk verricht. Er was altijd een tekort aan brandstof, dus er viel weinig te sleutelen aan motoren. Mijn werk bestond onder andere uit wachtlopen, op patrouille gaan en bardiensten draaien. Maar ook dat werk werd ons vaak onmogelijk gemaakt. Volle transporten met goederen werden bij elke controlepost leger en leger. De Serven hielden alles tegen. In de loop van de tijd besefte ik dat we er alleen voor stonden. Nederlandse militairen gingen op verlof, maar keerden niet meer terug. De Serven lieten ze niet meer toe in de enclave. Het eten, de munitie, onze mensen maar ook het water raakte op. De weinig vrolijke momenten bestonden uit het contact met Samira. Zij was destijds 12 jaar en ze stond vaak met vriendjes bij het hek van de compound. Veel kinderen stonden daar en we gaven ze vaak snoep of cola. Samira vroeg vaak naar mij. Op mijn verjaardag zong ze zelfs een liedje voor me. Ze lachte altijd en was vrolijk. Voor mij vormde ze daarom een belangrijk deel van de uitzending. Iedereen met een hart sluit vriendschap op missie.

In 2007 ben ik met een groep veteranen voor het eerst teruggegaan. We bezochten de voormalige compound en ik kwam bekenden tegen. Ze vertelden me dat Samira nog leefde. Wat een opluchting! In 2009 ging ik opnieuw terug. Nu voor een reportage met de BBC. Afgelopen zomer ben ik met het Klokhuis op zoek gegaan naar Samira. Duizenden e-mails heb ik in de loop van de jaren verstuurd om haar te vinden. Afgelopen zomer stonden we op dezelfde plek als 17 jaar geleden. Allebei dankbaar voor wat we voor elkaar betekend hebben in de moeilijkste periode in ons leven. De vriendschap is gebleven”.

De ontmoeting tussen Boudewijn en Samira wordt op 7 februari bij het Klokhuis uitgezonden. Op dit blog besteden we ook aandacht aan deze ontmoeting, dus hou dit blog in de gaten.

Meer verhalen