Veteraan Arjan (40) trainde onder andere lokale militairen in Irak. Inmiddels werkt hij met oud-mariniers voor project Vinkebrug, een re-integratietraject voor de top 600 jonge criminelen in Amsterdam. Op Veteranendag 2016 vertelt hij in de Ridderzaal zijn bijzondere verhaal.

‘Het was als kind mijn droom om militair te worden. Ik woonde in een klein dorp en wilde mijn wereld groter maken met meer avontuur. In Bosnië vond ik de ervaring en uitdaging die ik zocht. Vooral Sarajevo maakte een enorme indruk. De verwoeste dorpen, de anarchie en de ellende. Ik was blij dat ik kon helpen.

Ik wilde mijn grenzen verleggen en bij de besten horen

Terug in Nederland besloot ik om bij Defensie te blijven en marinier te worden. Ik wilde mijn grenzen verleggen en bij de besten horen. Die kleine schrille jongen uit Muiden werd marinier. Ik liep met opgeheven hoofd door mijn oude dorp. The few the proud, zeggen ze dan. Dat was een heerlijk gevoel. Het was fantastisch om onderdeel te zijn van de marine. We hebben aan een half woord genoeg, staan voor elkaar en ik voelde mij er veilig.

Arjan in Afghanistan, 2004

Samen deden we missies in Irak en Afghanistan. We verkenden de woestijn en omgeving, legden contact met de plaatselijke bevolking en leidden lokale militairen op. Showing the flag heette dit ook wel. Ik bleef mijn grenzen verleggen en werd met een selecte groep verantwoordelijk voor de veiligheid van ons kamp. Een gevaarlijke opdracht. Gelukkig kon ik dit goed relativeren. Het was mijn werk punt.

Het is heel simpel: als je mijn hulp niet wilt, geef ik het liever aan een ander

Het mooiste moment was een voetbalwedstrijd tussen ons en de lokale militairen. Zij waren in voetbalkleding, terwijl wij in onze gevechtsuitrusting bleven. Het werd een dikke nederlaag voor ons, maar de samenhorigheid tussen ons en de Irakezen was super. Het was heerlijk om even te ontspannen in een land waar je continu scherp moet zijn.

Arjan in Irak, 2003

Tegenwoordig werk ik met oud-mariniers voor project Vinkebrug, een re-integratietraject voor de top 600 jonge veelplegers in Amsterdam. Dit is geen makkelijk werk. Bedreigingen zijn dagelijkse kost, maar als oud-marinier ga ik de confrontatie niet uit de weg. Het is heel simpel: als je mijn hulp niet wilt hebben, dan geef ik het liever aan een ander. Bij de een dringt dit sneller door dan de ander. Deze aanpak werkt: de jonge criminelen blijven van de straat en we geven ze zicht op een andere toekomst. Elke dag probeer ik alles te geven. En soms werpt dat z’n vruchten af. Zo was er een jongen die jaren niet had gewerkt, ‘want dit paste niet bij hem.’ Kort geleden kwam ik hem tegen en nu heeft hij een keurige baan. “Het lukte niemand en jullie hebben het geflikt!”, zei hij nog. Daar doe je het voor. Zo’n ontmoeting zorgt ervoor dat ik nog jaren door kan gaan.

Hij zei: “Het lukte niemand en jullie hebben het geflikt!”

Veel mensen vinden mijn verhaal bijzonder, maar zo zie ik het niet. Ik doe gewoon mijn werk en ben blij dat ik in de positie ben om anderen te helpen.’

Meer verhalen