“Ik kom niet uit een militair gezin. Mijn vader zou er niet aan moeten denken. In het kleine dorp waar ik vandaan kom zag niemand daarom aankomen dat ik me zou aanmelden bij de Landmacht. Ik was in hun ogen een braaf en onschuldig meisje. Tijdens mijn opleiding als sociaal pedagogisch werker miste ik de spanning en het avontuur. Ik zag mezelf niet tussen hulpbehoevende ouderen of in de gehandicapten zorg. Ik wilde andere mensen helpen, maar dan avontuurlijk met stoere mannen en vrouwen. Mijn ouders hebben zich veel zorgen over mij gemaakt. Vooral toen ik ver weg in Irak op missie was. Pas toen mijn broertje zich ook aanmeldde bij defensie en op uitzending ging, kon ik me pas voorstellen hoe het is om achter te blijven als ouders, vriend of vriendin van een militair. Gelukkig meldde mijn broertje zich pas aan toen ik net uit dienst ging. Beide kinderen op een gevaarlijke missie was te veel stress voor mijn ouders geweest. In totaal ben ik twee keer op missie geweest. De eerste keer was in 2002 in Bosnië. Ik was toen 19 jaar en ik zat bij de geneeskundige dienst. Het was mijn taak om de hygiëne in de militaire kampen te bewaken. Ik moest ziektes en de verspreiding ervan voorkomen. Ik was een jonge vrouw tussen allemaal mannen. Achteraf heb ik veel geleerd van deze missie, maar nu realiseer ik me dat ik van tevoren niet wist wat me toen te wachten stond.

“Mijn vrienden gingen op stap, terwijl ik een testament opmaakte”

De tweede missie in Irak was heftiger. Van tevoren had ik een testament laten opmaken. Mijn moeder wist precies hoe ik mijn begrafenis wilde hebben. Heel raar, mijn vrienden waren aan het stappen en ik was bezig met een testament! In Irak was er meer gevaar. Ook deze missie was een vredesmissie, maar ik voelde gelijk een enorme spanning. Continu was ik me bewust van een dreiging. Zelfs kinderen op straat waren een gevaar. Ze zagen er wel onschuldig uit, maar ik was altijd bang dat ze iets naar me zouden gooien. Ik had het gevoel dat ik niemand meer kon vertrouwen en dat iedereen tegen me was. Als chauffeur was me verteld dat ik nooit mocht stoppen. Ook niet als iemand voor de vrachtwagen zou springen. In maart 2005 kwam ik terug van deze missie. In 2008 werd PTSS bij mij geconstateerd. Ik raakte vrienden kwijt, relaties gingen kapot en ik ging roekeloos leven. Ik nam mijn wantrouwige houding mee terug naar Nederland: ik vertrouwde niemand meer,

Niet eerder was ik zo snel boos en agressief. Schrijven werd uiteindelijk mijn uitlaatklep. Op de terugweg van elke behandeling bij de psycholoog begon ik mijn ervaringen op papier te zetten. Dit was en is een goede manier voor mij om mijn ervaringen te verwerken. “Vroeger vond ik onweer mooi” is mijn boek over PTSS. Ik krijg altijd veel reacties van mensen die ook PTSS hebben. Zij hebben nu een verhaal waarin ze zich kunnen herkennen, ik had dat niet. Sinds september dit jaar ben ik officieel uit de ziektewet en eind oktober komt mijn tweede boek uit. Ik heb mijn leven weer opgepakt”.

Anke Dorpmanns woont tegenwoordig in Limburg. Ze geeft parttime spinningles en richt zich op het schrijven van boeken voor zowel kinderen als volwassenen. Op 26 oktober komt het prentenboek “Mama is soldaat” van veteraan Anke uit.

Meer verhalen