Giovanni N. Hakkenberg
(Nederlands-Indië, 1941)
'Ik wilde niet machteloos toekijken'
Het Japanse leger bezette in het voorjaar van 1942 Nederlands-Indië. De Nederlanders werden in kampen opgesloten en de Indonesische bevolking werd gedwongen met de Japanners mee te werken. Op 14 augustus 1945 capituleerde Japan na atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Het einde van de oorlog in Azië betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog. Maar in Nederlands-Indië bleef het onrustig. Het land was veranderd. Veel Indonesiërs wilden niet dat Nederland weer de macht zou overnemen. Maar Nederland stuurde meer dan 135.000 Nederlandse soldaten naar Indië om samen met zo'n 70.000 militairen van het Koninklijke Nederlands-Indische Leger (KNIL) de orde te herstellen.
Giovanni Narcis Hakkenberg was 17 toen hij zich in Nederlands-Indië bij de Marine aanmeldde. Het was 1941. De oorlog met Japan was nog niet uitgebroken. 'Samen met negen neven en mijn broer meldde ik mij aan om in Europa tegen de Duitsers te gaan vechten. Maar toen ik klaar was met mijn militaire opleiding, was de dreiging uit Japan zo groot geworden dat wij klaar moesten staan voor een oorlog in Nederlands-Indië,' aldus de hoogbejaarde veteraan. Uiteindelijk zou hij als enige van de elf de oorlog overleven.
Als jongste matroos voer Hakkenberg mee aan boord van het oorlogsschip Hr. Ms. Kortenaer. 'Op 27 februari 1942 stoomden we op naar de Javazee om een Japanse invasievloot tegen te houden. Maar ons schip werd getorpedeerd en ik kwam in het water terecht. Later hoorde ik dat de Kortenaer in twee minuten gezonken was. Mijn zwemvest is mijn redding geweest.'
Een week later, op 8 maart 1942 capituleerde Nederlands-Indië. Hakkenberg werd door de Japanners krijgsgevangen genomen en kwam uiteindelijk terecht in een groot kamp in Thailand. Hij moest werken aan de Birma spoorweg, die dwars door de jungle werd aangelegd. Bij het werk aan deze spoorlijn zijn duizenden krijgsgevangenen overleden. Er wordt wel gezegd dat elke spoorbiels een leven heeft gekost. Hakkenberg herinnert zich de barre omstandigheden nog goed. 'We sliepen in de open lucht. 's Nachts was het steenkoud. Terwijl het overdag, als we aan het werk waren, vaak wel 45 graden was.'
In 1944 werd hij overgeplaatst naar Japan om te gaan werken in de steenkoolmijnen. Ook dat werk was levensgevaarlijk. Er gebeurden veel ongelukken. Pas drie dagen na het vallen van de atoombommen en de daaropvolgende overgave van Japan kregen de gevangenen in de gaten dat ze bevrijd waren. Hakkenberg woog destijds nog maar 41 kilo. Maanden later kwam hij weer thuis bij zijn ouders in Jakarta. 'Pas toen kreeg ik te horen dat mijn broer en neven de oorlog niet hadden overleefd. Ik kan niet vertellen hoe erg ik dat vond.' Hij vervolgt: 'Eenmaal thuisgekomen, kon ik mijn ei niet kwijt. Mijn ouders en ik hadden alledrie een trauma aan de oorlog overgehouden. We hebben nooit aan elkaar kunnen vertellen wat er in die drie-ën-half jaar is gebeurd. Ik ben blij dat mijn ouders nog wel hebben meegemaakt dat ik de Militaire Willemsorde (de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding, red.) kreeg. Zij waren daar erg trots op.'
Na de oorlog bleef Hakkenberg in dienst van de Nederlandse Marine in Nederlands-Indië. 'Hoewel ik ook goed kon begrijpen dat er Indonesische mensen waren die in verzet kwamen tegen de Nederlanders. Maar ik vond het heel erg om te zien dat zij geweld gebruikten tegen hun eigen bevolking. Zij eisten bijvoorbeeld eten en belasting van mensen die toch al heel arm waren. De situatie greep me enorm aan. Zo kwam ik bij de veiligheidsdienst van de Mariniersbrigade terecht. Ik wilde niet machteloos toekijken.'