Bert Peeren

(Korea, 1951)

 'Internationale contacten belangrijk voor vrede'

Bert Peeren is een van de bijna 3.500 militairen die in de periode van 1950 tot 1955 deelnamen aan het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) in Korea. Het NDVN maakte vrijwel de gehele uitzendperiode deel uit van het Amerikaanse 38e Regiment Infantery. Peerens onderdeel werd op 3 oktober 1951 ingezet bij Mundungni. "Op 10 oktober 1951 werd een heel peloton weggevaagd." Die dag sneuvelden acht Nederlandse militairen, in de dagen erna vielen in dit gebied nog drie gesneuvelden.

"Hoe anders is het met de jonge veteranen. In plaats van het Pinksterkamp belandden wij in 1940 van het ene op het andere moment in de oorlog. Tijdens de bombardementen van Rotterdam werd mijn ouderlijk huis verwoest. Wij moesten vluchten. Zware oorlogsjaren volgden. Ik belandde in een werkkamp in Duitsland en werd geconfronteerd met bommenregens van de Engelsen. Er was geen tijd om te wennen. Het overkwam je. Je onderging het. Toen de Yank ons kwam bevrijden, had ik nog de helft van mijn normale gewicht." Door zijn oorlogservaringen was het voor Peeren vanzelfsprekend dat hij zich als vrijwilliger voor een Nederlands VN-detachement in Korea meldde. "Nu was het aan mij om te helpen."

Herinneringen

Tal van bijzondere momenten herinnert de Korea-veteraan zich. "Naast alle ellende waren er ook bizarre, komische en soms onverklaarbare situaties. Zo moesten we eens in dekking voor een Chinese patrouille. Een van die mannen liep bijna over me heen. Ik dacht niet aan ontdekt worden, nee, ik dacht: als ik die vent nu aan zijn poten trek, schrikt hij zich dood. Ooit kreeg ik de opdracht om water te halen. Met veldtelefoon en jerrycan liep ik door de struiken de heuvel af. Plotseling stond ik oog in oog met een Chinese soldaat aan de overkant van het water. Op dat moment waren we geen goede soldaten. Beiden stonden we aan de grond genageld en deden een stapje terug. Later realiseer je je: dát was vrede in niemandsland."

De ontvangst in Nederland herinnert de Korea-veteraan zich nog goed. "Een appel van het Rode Kruis kregen we. Verder waren er spandoeken met de tekst 'moordenaars'. Er waren commandanten die ons niet wilden. Wij hadden te veel medailles. Een aantal van ons mocht naar de beroepsopleiding. Daar was het: 'Geeft acht en mond houden'. Wij, met onze Korea-ervaring, sommigen zelfs onderscheiden met het Bronzen Kruis, werden als rekruten behandeld. 's Avonds om negen uur stonden we met een beker melk voor onze bedden. Op een belangrijke dag moesten we aantreden. Wij zijn zonder onderscheidingen gegaan, omdat een drager van het Bronzen Kruis een vier voor plichtsbesef kreeg. Hij had zijn bed niet opgemaakt. Luitenant Schreuder bracht daarin verandering. Toen hij kwam was het: 'Geeft acht, en nu is het gedonder afgelopen!'

Contacten

In de karige vrije tijd in Korea probeerde Bert Peeren radioberichten uit Nederland op te vangen. Later pakte hij deze hobby weer op. Plakboeken met dankbetuigingen en foto’s uit Korea en China worden te voorschijn gehaald. "Bij ons vorige huis had ik een antenne van veertig meter om berichten van over de hele wereld op te vangen. Ik heb contacten gehad in zestien landen. Als luisteramateur bracht ik dan rapport uit over bijzonderheden van de ontvangst. Bijzondere contacten hebben wij daaraan overgehouden. Ook ben ik nog twee keer naar Korea geweest. De mensen daar zijn ons nog altijd dankbaar. Op straat spreken ze je aan: Kamsa hamnida!, hartelijk bedankt! Contacten, juist ook met de vroegere vijand zijn van groot belang. Alleen dan krijg je vrede."

Overgenomen uit Checkpoint, maadblad voor veteranen, jan/febr 2006; tekst: Klazien van Brandwijk; foto: Fred van Brandwijk

Terug

Tags: Korea